
Jan (ook wel Toon de koster genoemd) Preut en zijn broer Alleman waren beiden koster in de kerk van Brabantdorp, gelegen in Kempen. Het hermenieke (harmonieorkest) van Bergeijk had een roddel gehoord over de betreffende koster Jan. Het verhaal ging dat hij op een dag vergeten was een lichaam te begraven. Gelukkig had Alleman, de broer van Jan, dit op tijd opgemerkt, zodat niemand het had gemerkt. Echter, Jan had die dag een stevige kater en lag in bed.
Hoe dit nieuws bij de mannen van het hermenieke terecht is gekomen, blijft een raadsel voor iedereen. Het zou kunnen dat iemand toevallig getuige was van Alleman’s heldhaftige actie en dit aan anderen heeft verteld. Misschien heeft het nieuws zich verspreid via de dorpsroddels of heeft een nieuwsgierige luisteraar het verhaal per ongeluk gehoord en doorverteld. Hoe dan ook, het nieuws heeft zijn weg gevonden naar de leden van het hermenieke van Bergijk.
Dit verhaal is een voorbeeld van hoe roddels en geruchten zich soms op mysterieuze wijze verspreiden. Het toont ook de betrokkenheid van de gemeenschap bij elkaars leven en de kracht van de dorpsroddels, zelfs als de exacte oorsprong van het verhaal onbekend blijft.